x     2011 IMG_2342Gerrit  Does bracht in 1978 de fietscross sport naar Nederland. Hij richtte de Stichting Fietscross Nederland op en al snel      werden  overal in Nederland (en daarbuiten) fietscross wedstrijden gereden. Gerrit schreef meerdere BMX boeken, was  een  grondlegger van Fietscross magazine en bracht het eerste wereldkampioenschap buiten Amerika naar Nederland. In  Slagharen werd tien jaar lang de European Challenge Cup gereden, één van de belangrijkste BMX wedstrijden op de  jaarlijkse  internationale kalender ( t/m 1993). Gerrit Does was de initiatiefnemer tijdens de JAG BMX WK in  Indianapolis, USA in  1980, om een international BMX organisatie op te zetten, samen met de Amerikaan George E. Esser  en de Japanner Tadashi  Inoue. De I.BMX.F. (International BMX Fderation), werd in 1981 een feit. De I.BMX.F.  integreerde in 1996 in de UCI.  Gerrit  Does heeft ook een grote bijdrage geleverd om fietscross tot een Olympische  discipline te maken.

 

 

Wat betekent BMX voor u?

Naast mijn gezin was de BMX sport én mijn werk als Manager Personal and Organization bij een 3-tal bedrijven een zeer belangrijk onderdeel van mijn leven, zeker nu ik terug kan kijken. Ik heb de sport geïntroduceerd in 1978 met het idee, dit is een perfecte opleiding/training voor toekomstige moto-crossers. Kinderen vanaf 5 t/m een jaar of 12 laten fietscrossen en daarna overstappen op de crossmotor. Uiteindelijk werd BMX een volledig op zichzelf staande sport en nu top-sport. Verder was het een uitdaging de sport goed van de rond te krijgen. In de loop der jaren zo ontzettend veel mensen ontmoet en vrienden gemaakt over heel de wereld, dat heeft mijn / ons leven (van het gezin dus) enorm verrijkt. Fietscross is gewoon een heel belangrijk onderdeel van mijzelf geworden in feite.

Toen u BMX voor het eerst introduceerde in Nederland, had u toen al het idee dat het iets groots kon worden?1980  AVRO 1  Gerrit Does giving intruction to riders and parents on what B

t’ Klinkt misschien arrogant, maar JA, ik had toen al het idee, dat deze sport in een land als Nederland waar de fiets zo’n belangrijk iets is, plus het feit dat de jeugd van de straat gehouden wordt en veel beweegt, BMX groot kon worden. Dat het ook international goed zou aanslaan had ik niet meteen verwacht. Nadat in 1981 de I.BMX.F. was geboren en ik General Secretary werd van deze organisatie en de ontwikkelingen en groei snel gingen,  heb ik al vrij snel het I.O.C. in Zwitserland benaderd met het verzoek om Olympische erkenning, nou dat was en beetje té naïef van mij op dat moment. Om een dergelijke erkenning te krijgen moest je als internationale organisatie toch nog wel aan een aantal heel belangrijke voorwaarden voldoen. Feitelijk was de sport er pas klaar voor in 1996, toen de I.BMX.F. in de UCI opging. In 2008 werd BMX Olympisch. BMX was volwassen geworden!

Kreeg u al snel hulp van andere, of zagen andere mensen de potentie niet? (Kan me voorstellen dat het lastig is om mensen te enthousiasmeren voor een compleet nieuwe sport)

Nadat ik had besloten de sport te gaan introduceren én een organisatie op te zetten, heb ik een goede vriend, Louis Vrijdag en mijn echtgenote Mieke gevraagd mij te helpen. Vooral regionaal zijn we de publiciteit gaan zoeken in eerste instantie. Ik heb een promotie film uit Amerika weten te bemachtigen, de Yamaha Gold Cup en nog een film van ongeveer 15 minuten. Ook was ik in het bezit gekomen van promotie materiaal van de ABA en de NBA en de NBL, die toen al bestonden (vanaf 1974).  Als introductie hebben we eind 1978 als S.F.N. ( Stichting Fietscross Nederland) een Persconferentie gegeven in het Academisch Genootschap in Eindhoven, waarbij meerdere regionale en ook landelijke kranten en enkele bladen aanwezig waren. Men had wel interesse in deze nieuwe sport.  Ook waren er vertegenwoordigers aanwezig van de Stichting Fiets en diverse wielerbladen. Zelfs vertegenwoordigers van een TV station waren bij deze persconferentie aanwezig.
Er werd goed geschreven over deze nieuwe sport voor de jeugd. De eerste aanzet was gegeven. In 1979 zijn we als SFN wedstrijden gaan organiseren, eigenlijk meer instructiedagen voor renners en enkele vrijwilligers die zich uit onze omgeving hadden aangemeld. Niemand wist precies wat BMX nu eigenlijk was, welke regels er golden etc. dus ……  heel veel moeten uitleggen, stimuleren en motiveren. 1979 en 1980 waren enkele pittige jaren. Zeker 3 maal per week reisde ik ná mijn normale job door Brabant en later door heel Nederland om de BMX sport te introduceren. De films e.d. die ik kon laten zien hielpen mij enorm om daadwerkelijk te kunnen laten zien wat BMX was. Geweldige periode trouwens maar wel pittig zoals ik al aangaf.

Ja, dat enthousiasmeren ging eigenlijk vanzelf. Heeft ook te maken hoe je zelf in elkaar zit denk ik en je laat blijken dat je écht met volle overtuiging, ziel en zaligheid achter zo’n sport staat. Van alle mensen vanaf 1979 betrokken zijn geraakt in de BMX sport, zijn er maar heel weinig die nu nog actief zijn. Ik moet zelfs nu nog getemperd worden door mijn omgeving, anders ga ik weer los !!! Heb nog zoveel ideeën.
In de jaren ’80 waren er maar 2 TV zenders en al snel ontdekte m.n. de AVRO, waar ik een paar mensen van kende uit mijn schooltijd, dat BMX een leuke activiteit voor de jeugd was en geschikt om een TV programma mee te maken. ’t Is niet schokkend, maar het concept van de Fietscross Trophy heb ik zelf opgezet. In 1980 hebben we op Waalre de eerste AVRO Fietscross Trophy gereden. Dit programma waarin teams tegen elkaar strijd leverden, had een grote kijkdichtheid en een waarderingscijfer tussen de 7,2 en 7,5 wat blijkbaar heel erg goed was. Vanaf dat moment vond er een “boom” plaats. Enthousiast waren de mensen inmiddels wel en vele ouders wilden toen graag meewerken met het opzetten van clubs, actief zijn als official etc.  De TV heeft ons dus heel erg goed geholpen met het bekendmaken van de sport.

Bijna iedereen kent wel de TV beelden in de jaren 80, Pony Park Slagharen. Hoe heeft u die jaren zelf ervaren?

Zelf kom ik uit Hilversum, kende een aantal TV mensen en relatie’s, goeie contacten zijn belangrijk, dat is gebleken. Daarbij met een goed voorstel komen naar de TV mensen was toen doorslaggevend. We hadden een goed verhaal en maakten waar wat we beloofden. De eerste AVRO opnames vonden plaats op de BMX baan van Waalre, maar al vrij snel stelde de AVRO voor om naar het Ponypark te Slagharen te verhuizen, waar heel veel goede faciliteiten voorhanden waren. De AVRO had daar ook zeer goede contacten met dhr. Bemboom vanwege het AVRO programma Stuif’s In dat daar ook werd opgenomen. Ook dhr. Bemboom zag het helemaal zitten en er werd besloten om op het Ponypark een baan te gaan aanleggen en de AVRO Fietscross Trophy aldaar te gaan organiseren en opnemen. Feitelijk vanaf 1983 hebben we samen gewerkt met TV, eerst de AVRO en later de TROS. In 1993 vond de laatste E.C.C. / European Challenge Cup X  plaats en al die jaren hebben we daar TV gehad. Nederland liep hiermee ook duidelijk voorop, vooral in Europa en zelfs in de wereld. In Amerika was de BMX sport haast niet bekend onder de bevolking en kwam het nooit op TV. Door de TV uitzendingen is BMX ook erg populair geworden. Stichting Fiets heeft ergens in 1987/88 een enquête gehouden onder gezinnen uit Nederland en 75% van de ondervraagden toen, wisten precies wat BMX ofwel fietscross was. Ook was er in rond de 70% van de gezinnen in Nederland een crossfiets voor handen. Het grootste aantal verkochte crossfietsen in 1 jaar, midden jaren tachtig was  250.000 stuks totaal. Ik denk dat momenteel zo´n kleine 3000 crossfietsen per jaar verkocht worden, waarvan een kleine 1500 specifiek voor het wedstrijdgebeuren. Het hele TV gebeuren heb ik altijd als geweldig ervaren, ook al omdat ik veel heb kunnen `sturen` als het om de programma´s ging. TV heeft BMX in Nederland echt heel erg geholpen de sport te promoten en op de kaart te zetten, absoluut,

Heeft u invloed gehad in het bepalen/opstellen van reglementen?

Dat dacht ik wel. Niemand wist iets van BMX en de reglementen. Ná mijn eerste kennismaking met BMX in 1974 in Amerika (ik was daar toen voor de moto-cross)  ben ik in 1976 in het bezit gekomen van de reglementen van de ABA, NMB en NBL. Deze “commerciele” organisatie’s zagen vanaf 1974 het daglicht. Toen wij met de SFN begonnen heb ik wedstrijdreglementen voor Nederland samengesteld uit de reglementen van de genoemde bonden uit Amerika. Vooral in het begin bij het opzetten van een nieuwe sport, moet je heel duidelijk zijn en geen mensen laten meepraten die de sport niet kennen.´t Is autoritair gedacht, maar het was de enige manier om de sport eenduidig van de grond te krijgen, qua wedstrijdreglementering. Ja dus, ik heb de eerste jaren, samen met Louis die altijd heel scherp was op hoe leg je zaken vast, bepaald hoe de reglementen er uit zagen. Later werd dat anders natuurlijk, toen meer mensen goed ingevoerd waren en wij zelf ook tegen onvolkomenheden aanliepen e.d. Reglement zijn daarop regelmatig aangepast. Ook de eerste reglementen van de I.BMX.F. heb ik helemaal in mijn zelf vastgelegd. Dat reglement is ruim 2 jaar gebruikt toen we een ´update` hebben uitgegeven. Alles werd ook hier in Nederland gedrukt. Toen de I.BMX.F van rond de 12 landen groeide naar over 20  landen en de structuur werd aangepast, kwam er ook meer inspraak m.b.t. reglementering natuurlijk.

Wat is voor u het verschil tussen BMX vroeger en nu?

Dat is een goeie! Net als elke andere sport heeft BMX zich ook ontwikkeld, dat is vrij normaal. De banen zijn van eenvoudig met enkele hindernissen, naar bijna alleen maar hindernissen door ontwikkeld. Sind begin 2000 kennen we in de Elite klasse de 8 meter hoge startheuvel, ontworpen om de sport nog spectaculairder te laten zijn. Dat zijn eigenlijk wel de 2 meest kenmerkende verschillen met, laat ik zeggen de jaren ´80/90. Nogmaals, ´t kan ook niet anders de sport en de sporters ontwikkelen door. Toch ook te noemen de geweldige progressie en wel die van de dames, specifiek in de Elite klasse. Dat is vanaf ongeveer het jaar 2000 tot heden progressief gegaan. Vooral ook in de begeleiding is er veel verbeterd en professioneler geworden, met name dankzij het feit dat BMX Olympisch werd in 2008. Als oud moto-crosser heb ik dezelfde ontwikkeling gezien binnen de moto/cross sport. Niet met alle veranderingen in de BMX sport ben ik blij. Dat heeft niets te maken met, “je moet meeegaan met de tijd e.d.”,  maar alles met veiligheid en hoe de BMX sport er esthetisch uitziet. Daar kan ik nog wel een “boek” over opzetten trouwens. Ik kijk even op het hoogste niveau (junioren en elite rijders m/v) dan zie ik dat conditioneel over de hele breedte iedereen top getraind is, waar dat in het verleden alleen een kleine groep z.g. Pro´s dan wel Superclass renners was. Dat men veel sterker is of veel harder is gaan rijden, betwijfel ik. Ja, met een startheuvel van 8 meter en gasgeven, haal je zo 60 km per uur onderaan de startheuvel. Dat zal niet lukken van een 3 tot 5 meter heuvel. Dit alles international gezien dus. Wat wel is toegenomen is de rijtechniek en ook hier weer in de breedte. Op het niveau van de Elite rijders wilde men international in 2010 net even iets té veel binnen de Supercross. De promotor had op eigen initiatief o.a. hindernissen verder uit elkaar gelegd en een gekke `box jump` bedacht. De ramp was haast niet te overzien. Veel gewonden door valpartijen e.d. Gelukkig heeft de UCI toen na veel kritiek van buitenaf ingegrepen en is gekomen met duidelijker richtlijnen voor het aanleggen van m.n. SX banen. Veiligheid is en blijft een hot item, vooral nu men met click pedalen rijdt. Insiders weten precies wat ik bedoel. Ook wat de crossfiets zelf betreft is er eigenlijk niet veel spectaculairs gebeurd. Natuurlijk zijn de materialen van een betere en hogere kwaliteit, dat moet ook met de sprongen die gemaakt worden . Qua technische innovatie vind ik b.v. de ATB – MTB enorm ontwikkeld vergeleken met de jaren 80, begin 90. De styling van de fiets en onderdelen is veranderd, ja, dat wel, maar voor de rest…

´t Is wel mooi om te zien, dat veel oud top crossers, old en new school, als ze zelf stoppen met rijden, anderen gaan trainen, begeleiden etc. Er is en er komt veel meer kennis terug in de sport dan b.v. in de jaren 80/90, want er waren toen nog geen ervaren oud crossers in feite.  Daarmee wordt ook het niveau van de sport op dat vlak verhoogd en da´s heel goed. Er is dus duidelijk veel veranderd in onze sport en dat moet ook, zeker nu het Olympisch is. Blij vast te stellen, dat er weinig of bijna niet meer wordt gesproken over ´BMX kindersport´ of “die grote kerels op de kinderfietsjes”  dat is over. Laatst heb ik eens een BMX ACTION eind jaren 80, vergeleken met bijvoorbeeld het blad van USA BMX, genaamd  PULL. Qua uitstraling in de bladen ziet alles er redelijk gelijk uit, maar kijk ik naar de actie foto’s, dan zijn die van BMX Action spectaculairder dan die van tegenwoordig.  Veel wat je in beide bladen ziet, is hetzelfde, maar nogmaals, qua banen hogere startheuvels, met veel, heel veel hindernissen, techniek dus. Sinds de Olympische Spelen van Londen 2012 valt mij op dat gelukkig steeds meer banen aangepast gaan worden aan de tegenwoordige eisen. Ook de accomodatie´s zijn professioneler geworden om en rond de banen. Lang heeft die ontwikkeling enigszins stil gestaan, Nationaal en Internationaal. Midden jaren 80 hadden wij een semi professioneel BMX team, Team AMEV. Dat was unique voor Europa, een team/manager, krachttrainer, conditietrainer, masseur, monteur en een arts maakten onderdeel uit van dat team.  Ook was een groot budget voorhanden. Feitelijk vanaf het moment dat BMX Olympisch werd in 2008 zien we dat alle aangesloten BMX organisatie UCI werken met Nationale Teams, op professionele basis behorende bij top/sport, opgezet.

BMX is echt volwassen geworden! Er is dus wel degelijk het nodige veranderd in de sport. Maar zoals ik al zei, dat geldt voor bijna elke sport tegenwoordig. Qua innovatie wedstrijdgebeuren ben ik er best trots op dat ik de “TRANSPONDER” heb ingevoerd in 1995, toen ik door de UCI was aangesteld als `Project manager BMX World Cup – SuperCross”.  Dit heeft de registratie en jurering van het wedstrijdgebeuren veel eenvoudiger gemaakt, bespaard mankracht en is niet te manipuleren.

Was u trots toen BMX een Olympische discipline werd?

Of ik trots was toen BMX Olympisch werd? Nou reken maar! Ik had er graag bij geweest in Beijing, maar helaas. Ruim 2 weken vóór de Olympische spelen werd ik zie, kreeg nekkramp ofwel meningitus, 2 weken in het ziekenhuis, 61 zakken antibiotica gekregen en in de week dat ik uit het ziekenhuis kwam was donderdag ´s nachts als ik het goed heb de uitzending van het BMX gebeuren. Ik moet en zou het zien, ´s nachts om 3 uur wakker of zoiets en toen bleek dat alles een dag was uitgesteld. De volgende dag weer gekeken en wat heb ik genoten. Vond het echt helemaal té gek. En dan ook nog eens Maris Strombergs uit Letland Olympisch kampioen. Met Letland heb ik namelijk een speciale band. In 1988 heb ik contact gekregen met Janis Silins en Aldons Vrublevskis. Beiden heren wilden BMX in hun toen nog communistisch land introduceren. Janis heeft bij ons in ´88 gelogeerd en heb hem alles geleerd over de BMX sport. De jaren daarna hebben we zeer nauw contact gehouden en ben ik hun adviseer gebleven tot heden. ´t Was een soort 2e keer dat ik de BMX sport  mocht meehelpen introduceren en organiseren, maar dan in Letland… Geweldig!

Dat alles maakte die eerste Olympische spelen voor de BMX erg bijzonder. Ooit in het begin van de I.BMX.F. Olympische erkenning aangevraagd, idealistisch als ik was en dan nu was het eindelijk zover. Moet wel zeggen dat Hein Verbruggen, toen nog voorzitter van de UCI een heel belangrijke rol heeft gespeeld in het erkend krijgen van de BMX sport als Olympische sport. Toen ook nog eens de Nederlandse verslaggever van de Olympics tijdens de uitzending BMX, mij vanuit Peking beterschap wenste, vloeide er wel een paar tranen. Ik hoop dat de BMX sport zich waar blijft maken en nog lang onderdeel van de Olympische Spelen mag zijn.

Wat heeft u in al die jaren, als het mooiste moment ervaren?

Dat zijn verschillende momenten geweest. De prestaties van mijn twee zonen, Nico en Pieter, die samen vele kampioenstitels hebben behaald. Het feit dat je als gezin door de sport over de wereld hebt mogen reizen, de vele sport vrienden die je in de loop der jaren hebt gemaakt, het feit dat ik zoveel renners heb kunnen ondersteunen  met adviezen, sponsor deals, meerdere  van hen aan leuke banen heb kunnen helpen, enkelen vanwege de BMX clinics van de University of BMX in de USA kennis heb kunnen laten maken met Amerika en daar nu wonen en carrière maken, dat ik blijkbaar meerdere mensen in binnen én buitenland heb kunnen inspireren om zelf actief in de BMX sport te worden, evenementen te organiseren etc. Zo kan ik nog wel even doorgaan, kortom, ik kijk met veel plezier en genoegdoening terug naar alles wat ik heb mogen meemaken.

Bent u nog actief in de BMX?

Officieel ben ik sinds 1999 niet meer actief in één of andere functie binnen de BMX sport. Alhoewel, ik bruis nog van de ideeën en daartoe behoorde ook het organiseren van een grote Reünie Old Skool  1978 / 1990.  Die vond dan ook plaats in 2002 op Luyksgestel. Veel van de toen aanwezige pionier / old school BMX´ers zijn daardoor weer teruggekomen in de sport, na jaren van afwezigheid. Inmiddels zijn nog meer van dit soort evenementen de revue gepasseerd, o.a. de viering 30 jarig gestaan BMX in Nederland in 2009. Dat was gepland voor 2008 op Attractiepark Slagharen, maar vanwege mijn meningitus is dat dus een jaar uitgesteld. Verschillende instanties adviseer ik officieus op verzoek met betrekking tot de BMX sport. Sinds 2000 heb ik een eigen website,   www.universityofbmx.com   waarin ik mijn ervaringen en de geschiedenis van de BMX sport m.n. op international vlak vertel, met name m.b.t. de eerste 20 jaar. Alles onderbouwd met dokumenten etc. Ook maak ik analyses van grote international wedstrijden, adviseer dan op o.a. veiligheid. In 2014 heb ik op verzoek van BMX Holland het BMX Museum, de Cinema en de Reunion of BMX World Champions 2014 mogen opzetten en begeleiden, tijdens de UCI BMX WK te Rotterdam. In februari 2015 ben ik 70 jaar geworden en heb mijzelf beloofd het nu toch wat rustiger aan te gaan doen.  Of dat gaat lukken …… ik weet het niet. Ik heb nog 2 zaken op mijn THINGS TO DO lijstje staan. Het zou mooi zijn en “met hulp van” die nog eens te realiseren, wie weet!

Lijstje:
1e.   Een professionele locatie zoeken voor het BMX MUSEUM van Mike Janssen en deze dan ook inrichten als een écht Museum, dus de Nederlandse historie in hoofdlijnen vertellen middels foto´s, bladen, krantenknipsels, DVD´s etc.  en de ontwikkeling van de crossfiets, kleding, helmen e.d. ten toon te stellen. We zoeken een ruimte in de omgeving van Waalre of Eindhoven, daar waar de BMX sport in Nederland is begonnen.

2e.   Een  professioneel georganiseerde European BMX HALL of FAME, analoog aan de USA BMX HoF  dan wel de AMA Motorcycle HoF. Centraal in Europa te organiseren, waarbij alle huidige ongeveer 130 Euro BMX Hall of Fame members aanwezig zullen zijn, een award krijgen uitgereikt, er gegeten gaat worden en er presentaties gehouden zullen worden. Het draaiboek ligt al klaar in feite. Voor beide evenementen zijn financiële middelen essentieel, dus potentiële SPONSOREN …. … interesse, we houden ons aanbevolen! Je ziet, nog steeds plannen. Organiseren en de BMX sport zit in het bloed, kom je niet meer van af en …… ik denk dat actief zijn een mens jong houdt, toch?!

Wilt u de talenten van nu nog iets meegeven (tip)?

Talenten een tip geven? Oei… Er is veel verschil tussen talenten uit de jaren 80/90 en de huidige talenten. ’t Heeft alles met een veranderende wereld te maken. In de eerste zeg 15 jaar van de BMX sport, was de jeugd dag en nacht bezig om op hun fiets te rijden, te crossen etc. Ook had men niet zoveel andere mogelijkheden, activiteiten en was men bloedserieus.  In die eerste zeg 15 jaren liep Nederland voorop met getalenteerde renners, er werden  vele wereldtitels behaald. M.n. de concurrentie van de Fransen en Engelsen was groot. Tegenwoordig heeft de jeugd zoveel keuzes in allerlei zaken. Sinds eind jaren 90 en later wordt gestructureerd getraind, zeg 2 x per week en dan in de weekenden de wedstrijden. Verder school, Ipads, computer games, TV etc.etc.  Op andere momenten in de week, zit men weinig op de fiets, groot verschil met de eerste 15 jaar van de BMX sport. Ook ouders werken nu vaak alle twee, waardoor er minder tijd aan de kinderen kan worden besteed. Door de toch wel grote groep goede rijders in de jaren 80-90 die meestal in Nederland actief waren, werd het prestatie niveau steeds hoger. Men daagde elkaar uit en wilde elkaar verslaan.  Een Nationale selectie tegenwoordig, traint veel, twee keer op een dag, gaan op training stage naar Frankrijk of Amerika, maar je ziet ze bijna niet in Nederland rijden. De rest kan zich dus zelden meten met de top en voelt geen  uitdaging om hen te verslaan. Zo blijft het niveau wat hangen. Persoonlijk ben ik een groot voorstander van zoveel mogelijk wedstrijden rijden. Competitie is altijd nog beter dan trainen. Eerst reed men zelfs in 2 klassen (20 én 24 inch), nu slechts in 1 klasse. Twee klassen zou te belastend zijn t.o.v. de concurrentie die dat dan niet doet. Daar zit wel ies in maar toch. Hoeveel tijd besteden we dan wel aan een wedstrijd. Uitgaan van een drie manches naar een achtste etc. naar een finale, dan praat je over   zo´n 3 minuten wedstrijd op 1 dag !!!!!!!!  Een MX´er op GP niveau is 2 x 40 á 45 minuten op maximale belasting bezig. Tegenwoordig is men gewoon wat te verwend.

Mijn tips: regionale trainingen opzetten voor toppers uit de regio á la Papendal. Dan dus ook per regio een baan met SX faciliteiten aanwezig hebben. Willen we na vele jaren weer eens een wereldkampioen of Olympisch kampioen hebben, dan moeten kandidaten naast talent ook karakter hebben en voor de volle 100% met BMX bezig zijn. Opleiding te beginnen bij de jeugd. Investeren in je toekomst en niet eerst eisen stellen. Bewijs eerst maar eens dat je het waard bent om b.v. professioneel gesponsord of geselecteerd te worden. Hier wil ik het even bij laten!
Met vriendelijke groet,IMG_4984d.   2013 UCI MERIT 28-9 Gerrit Does - Holland   1019_120340

Gerrit Does

oprichter SFN / I.BMX.F.

Houder Zilveren Wiel KNMU

Member   USA BMX  Hall of  Fame

UCI  Merit  holder

Merit holder  Latvian Olympic Committee

Ridder in de Orde van Oranje Nassau

Al het bovenstaande vanwege activiteiten op Nationaal maar vooral Internationaal gebied binnen de BMX sport.